Het landgoed als drager van duurzame ontwikkeling


Op het eeuwenoude Overijsselse landgoed Vilsteren klinken sinds een tiental jaren frisgroene geluiden. Mede-eigenaar Liesbeth Cremers wil het landschap met al zijn cultuurhistorische elementen beschermen juist door hervormingen. Ze is een van de voortrekkers van een groeiende groep particuliere grondbezitters die de grote opgaven van deze tijd in hun samenhang en gezamenlijk het hoofd wil bieden. Titel van het draaiboek: natuurgerichte land- en bosbouw.

‘Ik ben geboren op Vilsteren, maar na de vroege dood van mijn vader verhuisden we naar Zevenaar, naar het landgoed van mijn grootouderlijke familie. Een heerlijke plek om op te groeien, een hechte kleine gemeenschap met onder andere twee oudtantes, een tuinman en een boerderij. Er was zoveel om je fantasie te prikkelen! Daar heb ik de liefde voor de buitenplaats opgedaan.’

De zomervakanties bracht het gezin vaak op Vilsteren door, maar pas in 1995 kwam Liesbeth Cremers (1948), vergezeld van man en twee kinderen, er weer wonen.

Het landgoed beslaat 1053 hectare, 40 procent landbouwpercelen, 60 procent bos en natuur. Het is een Natuurschoonwet BV met een rentmeester en dertig aandeelhouders-eigenaren, bijna allemaal familieleden.

‘Vilsteren combineert een esdorp- met een buitenplaatslandschap,’ vertelt Cremers, ‘en, uniek voor Nederland: het herbergt een compleet dorp met kerk, herberg en schooltje, met een timmerman-aannemer, een smid-installateur en een trekkerbedrijf, de enige nieuwe onderneming sinds de Tweede Wereldoorlog. We hebben goed contact, we zien elkaar bijvoorbeeld op verjaardagen.’

De oudste boerderijen liggen grotendeels in het dorp Vilsteren. ‘Vroeger had iedere boerderij recht op een deel van alle soorten grond: de essen (hoger gelegen akkers), de hooilanden langs de Vecht die Vilsteren aan de noordkant begrenst, de woeste gronden ten zuiden van het dorp waar de schapen en koeien rondliepen. Daarvan resteert nog een stuk heide, de rest is bebost. In de jaren zeventig begon de rentmeester met ruilverkaveling, om percelen aaneengesloten rond boerderijen te groeperen. We hebben nu negen melkveehouders, een vleesveehouder en een akkerbouwer, met bijna al hun land op het landgoed Vilsteren.’

Vitale gemeenschap

Het feit dat alle grond in één hand is geeft veel armslag wat betreft ruimtelijke ordening, zegt Cremers. ‘Maar ook verantwoordelijkheid. Je moet belangen afwegen. Nadat er een nieuwbouwwijkje was gekomen, wilden dorpsbewoners doorbouwen. Ik vond het verstandiger eerst naar de behoeften van boeren te kijken. Actieve agrarische bedrijven zijn onderdeel van onze identiteit. De maatschappelijke tendens is schaalvergroting en we hadden best die kant op gekund: als boeren stoppen, verkoop je de boerderij aan een Amsterdamse rijkaard en verdeelt de grond onder de overblijvende boeren. Dan resteert uiteindelijk een megabedrijf met grote opstallen en grote machines waarvoor bredere, geasfalteerde lanen nodig zijn. Dat willen we niet. Kleinschaligheid en cultuurhistorische waarden staan hier hoog in het vaandel, en we willen die boerenfamilies die al eeuwen op Vilsteren werken graag hier houden. Het moet een vitale gemeenschap blijven. Zo kwam rond 2010 het denken op gang over een nieuwe vorm van landbouw.’

Soil4U

Vilsteren bleek niet het enige landgoed dat zon op alternatieven voor gangbaar beheer.

‘Ik kende Constance van Weede van landgoed Bingerden en Kien van Hövell tot Westerflier van Grootstal. Voortbouwend op initiatieven die we afzonderlijk al hadden ondernomen, hebben we in 2015 samen de organisatie Soil4U opgericht. Uitgangspunt was een gezonde bodem als basis voor innovatief landgoedbeheer en nieuwe verdienmodellen. We werken richting natuurgerichte landbouw, duurzaamheid, kleinschaligheid, gezamenlijkheid en meervoudige waardecreatie – bijvoorbeeld door boerderijverkoop, een landgoedmerk, imkerij en cursussen. In eerste instantie bij onszelf, maar we verkondigen de boodschap graag breder. De oudere generatie grondeigenaren denkt sterk in termen van eigendomsrecht en vermogensbeheer, maar als we onze maatschappelijke rol niet oppakken, walst die maatschappij over ons heen en in het ergste geval word je onteigend voor het algemeen belang.’

Landgoederen, stelt Soil4U, lenen zich bij uitstek voor transities. Economische, culturele, natuur- en sociale waarden komen er samen. De mensen op een landgoed kennen elkaar. Eigenaren denken vanuit het grote geheel en kunnen aan alle knoppen tegelijk draaien.

Provincies vonden het een goed verhaal, en verleenden subsidie. Met externe deskundigen ontwikkelde Soil4U per landgoed strategieën die nu, al naar gelang de beschikbare middelen, worden uitgevoerd. ‘Bij ons bracht een Landschaps-Ecologische SysteemAnalyse (LESA) de waterhuishouding in kaart, om daarmee een strategie voor de grond uit te dokteren. Hoe kun je water het beste opvangen, vasthouden of afvoeren? Kunnen we het oude systeem van vloeiweiden herstellen, oude rabatbossen gebruiken voor waterberging? Door de droge zomers hebben we uitval van fijnspar en lariks. Als ze verzwakken, grijpen de kevers hun kans.’

Primeur

Als het aan Liesbeth Cremers ligt, wordt Vilsteren als geheel een natuurinclusief gemengd bedrijf, waarin akkerbouwer en veehouders samen een vruchtwisselingsschema hanteren, de akkerbouwer veevoer verbouwt, en reststromen uit bos en natuur het organische-stofgehalte in de bodem verhogen. Met ruimte voor experimenten: ‘Binnenkort komen leerlingen van het schooltje helpen met bomen planten voor een voedselbos volgens permacultuurprincipes, op het land van een biologische boer. Ook zijn daar een pluktuin en vlechtheggen gepland.’

Zonder slag of stoot gaat zo’n transitie natuurlijk niet. Dat ligt niet aan de aandeelhouders, die hun bezit eerder emotioneel dan economisch waarderen: ze hoeven er niet aan te verdienen en steunen de recente ontwikkelingen. Er zijn wel enkele boeren die argwanend zijn. Om hen een duwtje in de gewenste richting te geven zet Vilsteren, naast keukentafelgesprekken en gezamenlijke bezoekjes aan alternatieve bedrijven, ook een recent zelf ontwikkeld instrument in.

‘De meeste grond is uitgegeven in reguliere pacht. Die geldt voor eeuwig, en de grondeigenaar heeft niets in te brengen. Geliberaliseerde pacht – bij ons van toepassing op zo’n 100 hectare – slaat de andere kant op: die geldt voor één jaar en heeft een variable prijs. Boeren investeren dan niet in grondverbetering. Die percelen gaan we nu voor minimaal 12 jaar verpachten, maar op voorwaarden.’

Die voorwaarden zijn vervat in 14 duurzame-landbouwcriteria zoals: per 10 koeien minimaal 1 hectare voor weidegang; niet-kerende grondbewerking; geen kunstmestgebruik; aanplant van minimaal 50 bomen en struiken; minimaal 65 % eiwit van eigen land; stikstofoverschot minder dan 150 kilo/ha; cursussen duurzame landbouw, bodembeheer en biodiversiteit volgen. Voldoen aan een criterium levert punten op, als de boer na 12 jaar minimaal 51 % van het totaal heeft behaald, wordt het contract verlengd. Het hoeft ook niet allemaal tegelijk, en er is ruimte voor voortschrijdend inzicht. Cremers: ‘De Grondkamer heeft dit pachtcontract zonder meer goedgekeurd, heel verrassend want het is een primeur. De rentmeesterswereld zit er nu nieuwsgierig naar te kijken. Maar na een artikel in Boerderij kregen we ook een hoop bagger over ons heen. “Die kasteelheren regelen hun eigen zaakjes goed over de rug van de boeren”, dat soort werk. Maar de eerste boer met zo’n 12-jaarscontract zet nu een maisperceel om in grasland en gaat ontwateringssloten trekken.’

Liesbeth Cremers

Manifest

Het laatste wapenfeit van Cremers, Soil4U en de Federatie Particulier Grondbezit is het Manifest Klimaatrobuuste landgoederen en particuliere bossen, gepresenteerd op een bijeenkomst in oktober 2019. Genoeg gepraat, stelt het manifest, tijd voor actie! Landgoederen en particuliere bossen, de laatste oases van kleinschalig, biodivers verwevingslandschap in Nederland, staan onder druk door klimaatverandering. Bossen storten in door droogte en insectenplagen, bodems verdrogen, biodiversiteit krimpt, de landbouw is kwetsbaar. De ondertekenaars van het Manifest bieden concrete maatregelen aan: ze gaan op hun gronden biodivers en klimaatbestendig bomen en hagen planten, natuurgerichte landbouw en kwaliteitsrecreatie bevorderen. Ze streven naar een robuuste bodem en waterhuishouding.

‘Het viel razend goed, aan alle kanten klonk actiebereidheid en de directeur Natuur van het ministerie van LNV nam het met een grote glimlach in ontvangst. Inmiddels hebben 120 eigenaren ondertekend, samen goed voor 120.000 van de in totaal 200.000 hectare particulier grondbezit.

Wij vragen overheden om faciliterend beleid en middelen, we benaderen bedrijven, we praten met de ontwerpers van de bossenstrategie en met de European Landowners in Brussel – die keken overigens verbaasd op, van krachten bundelen op deze manier hebben ze nog nooit gehoord. Voor de ondertekenaars plannen we een community of practice bijeenkomst op landgoed Welna. Daar gaan we onderzoeken hoe iedereen zijn landgoed in transitie kan brengen, waar we fondsen kunnen krijgen, welke gezamenlijk stappen mogelijk zijn. Ik richt me nu vooral op Overijssel. Daar bepleit ik, in plaats van bomen planten op kostbare landbouwgrond, het herstellen van bestaande, maar ingestorte bossen. Biodivers herbeplanten, en meer loofhout. Als productiebos. Voor velen vloeken in de kerk, maar het is in lijn met een toekomst waarin houtbouw de voorkeur verdient boven staal en beton. Een bos levert ecosysteemdiensten in plaats van CO2- en stikstofuitstoot, en het is een verdienmodel.’

Wolk van mogelijkheden

Ruimte voor de Vecht, onderdeel van het landelijke Ruimte voor de Rivierprogramma, blijkt een vruchtbare voedingsbodem. In het breed bestuurlijk overleg zitten behalve Cremers de gedeputeerde, waterschappen, wethouders van vier grote gemeenten, natuur- en milieuclubs, recreatieondernemers, Staatsbosbeheer en LTO. ‘Het is een gouden programma, want rond de watermaatregelen zit een wolk van mogelijkheden voor landbouw, natuur en recreatie. Ik heb daar het Manifest op tafel gelegd en me sterk gemaakt voor het “landgoedmodel”: gebiedsgericht, integraal werken, opgaven met elkaar verbinden en bottom-up aanpakken. Wateropgaven, klimaatverandering, verrommeling van het landschap, stikstofproblematiek, energietransitie, alles komt tegelijkertijd op ons af; we moeten het in samenhang aanpakken. Dat idee werd goed ontvangen, ik denk dat we spijkers met koppen gaan slaan.’

Een nieuw hoofdstuk vormt de Omgevingswet. ‘Het is me langzamerhand gaan dagen dat er ontzettend veel op het buitengebied afkomt. Het dreigt een restplek te worden voor alles wat ze in de stad niet kunnen oplossen. Overheden hebben de neiging historische gebouwen in het buitengebied te omheinen en het land eromheen te bestemmen voor distributiecentra en Vinexwijken. Dan verdwijnt juist de waarde van het geheel. Ik ben nu ook mensen bij elkaar aan het halen om een Omgevingsvisie voor het buitengebied te ontwikkelen. Het landgoedmodel kan daarvan drager zijn.’

Interview: Liesbeth Sluiter