Harde data en een zachte aanpak


Had hij meer affiniteit met koeien gehad, dan had de wereld misschien minder van Johan Bouma gehoord. Dan was hij waarschijnlijk boer geworden op het ouderlijk bedrijf, in plaats van hoogleraar bodemkunde in Wageningen, met een indrukwekkende prijzenkast en een invloedrijke rol in het nieuwe EU kennisinvesteringsprogramma.

‘Als jongen verzamelde ik klei om te boetseren. Ik wist precies welke, er moest niet teveel zand in zitten en hij mocht niet te zwaar zijn, want dan scheurde hij. Maar of dat nou iets te maken had met mijn beroepskeuze? Ik kon aardig leren, in Wageningen leek bodemkunde me een interessante richting. The rest is history.’

Het werd inderdaad een historische loopbaan, afgemeten aan de prijzen die Johan Bouma ten deel vielen: hij kreeg de President’s Award van de Soil Science Society of America, de Alexander von Humboldtmedaille van de European Geosciences Union, en de Dokuchaev Award van het World Congress of Soil Science. ‘De Humboldtmedaille doet me het meeste plezier,’ zegt Bouma. ‘Die drukt de maatschappelijke waardering uit voor resultaten die zijn behaald in samenwerking met PhD-studenten in ontwikkelingslanden. In het algemeen zie ik het enthousiasmeren van jonge mensen voor het vakgebied als mijn verantwoordelijkheid. Het heeft meer effect dan je denkt en het werkt in twee richtingen: studenten kunnen jou ook inspireren. Interactie is wezenlijk; niets akeligers dan een paper waarop geen enkele reactie komt. In de huidige, commercieel gerichte maatschappij nemen mensen te weinig tijd om elkaars werk te waarderen.’

Soil songs

Hij spreekt uit ervaring. Een van zijn eigen bezielende voorbeelden was Francis Hole. In de jaren zestig werkte hij in de Verenigde Staten samen met deze befaamde hoogleraar, die onder vakgenoten liefhebbend Poet Laureate of Soil Science genoemd werd. ‘Hij zag de bodem altijd in haar context en was een van de eerste pleitbezorgers van veldbodemkunde. Hij gebruikte een poppentheater bij zijn lezingen, hij speelde soil songs op zijn viool. Als geen ander wist hij de bodem onder de aandacht te brengen.’

Het fundament voor Bouma’s brede horizon was toen al gelegd, in Wageningen. ‘Ik heb Edelman nog gekend, de grote pionier van de veldbodemkunde in Nederland. Hij zag bodemkartering in samenhang met andere wetenschappen en bovendien wilde hij grondgebruikers, voorlichtingsdiensten en planologen, iedereen die met de kennis werkte, bij de ontwikkeling daarvan betrekken. Ik voelde me daar thuis bij. De interactie van bodem met klimaat, met levende organismen en het landschap, dat boeide me.’

Soil bubble

Helemaal in lijn hiermee benadrukt Johan Bouma nu het belang van de Sustainable Development Goals, de SDGs, die de Verenigde Naties in 2015 aan de wereld voorlegden als een blauwdruk voor een duurzame wereld voor allen. De doelen zijn niet los van elkaar te zien en bestrijken alle grote problemen van onze tijd: armoede, ongelijkheid, klimaatverandering, milieudegradatie, oorlog en onrecht.

‘Sinds het Brundtlandtrapport van 1987 stond duurzame ontwikkeling natuurlijk al op de agenda, en niemand was het met de probleemformulering oneens. Maar hoe pak je het aan? De SDGs maakten dat mogelijk. Al in 2014 zei ik: “Jongens, dit is belangrijk voor ons! Maar bodemkunde komt niet voor in die SDGs, ook niet in termen van indicatoren die het onderzoek handen en voeten moeten geven.” Wij zitten van oudsher te veel in ons eigen wereldje en gaan eindeloos door op deelonderwerpen. We presenteren de bodem onvoldoende in haar maatschappelijke context, als onderdeel van de ecosysteemdiensten. Bodem is niet alleen relevant voor productie maar ook voor grondwaterkwaliteit, carbon capture, biodiversiteit, voedselveiligheid. In 2016 hebben we dat opgeschreven in het tijdschrift Soil[1]. Dat werd een landmark paper, het is inmiddels 500 keer geciteerd.’

Desondanks is er nog veel werk aan de winkel. Dat merkt Bouma zelfs in Brussel, als lid van de vijftienkoppige raad van de Soil, Health and Food-groep van het EU kennisinvesteringsprogramma 2021-2027. ‘Voorzitter is Cees Veerman, er zit een biologische boer in en verder allemaal wetenschappers, waarvan sommigen nog te veel vastzitten in de soil bubble en hun eigen subdisciplines. Maar de maatschappelijke context wint terrein.’

De boer op

Onontkoombaar onderdeel daarvan is klimaatverandering. ‘Italiaanse collega’s hebben de IPCC[2]-scenario’s doorgerekend voor de bodem. Dan schrik je. Grote gebieden aan de Middellandse Zee zijn al te droog en te warm voor voedselproductie. Het Nederlandse klimaat wordt vergelijkbaar dat van midden-Frankrijk. Wij kunnen daarmee nog uit de voeten, maar het betekent dat je op Europees niveau niet alleen natuurgebieden moet beschermen maar ook productieve gronden.’

Maar context is meer dan klimaat of milieu: ook de sociale economie moet in beeld zijn.

Lopen we niet het gevaar problemen daarmee eindeloos ingewikkeld en onoplosbaar te maken?

‘Het mooie van de SDGs is niet alleen dat ze alles verbinden, maar ook meet- en tastbaar maken. Ik vind dat heel opwindend, en een goede impuls voor het vakgebied. De pavlovreactie van veel onderzoekers op complexe problemen is nieuw onderzoek. Maar komop joh, we hebben honderd jaar onderzoek! Als we eerlijk zijn, weten we best wat we moeten doen. Laten we de praktijk omarmen, letterlijk de boer op gaan, beginnen met meten op een aantal bedrijven die voedsel produceren met oog voor grondwaterkwaliteit, CO2,  biodiversiteit enzovoort. Die bedrijven kunnen onze lighthouses zijn: voorbeeldprojecten die als vuurtorens hun signaal uitzenden, gestut door harde data. Met zo’n benadering kunnen we ook zonder alleen-zaligmakende etiketten als ‘biologisch’ en ‘eco’; bedrijven moeten gewoon voldoen aan de SDGs.’

Joint learning

Ook in Brussel rukt de voorkeur voor praktijkgebonden onderzoek op, zegt Bouma. ‘Mensen willen zien dat door de EU gefinancierde wetenschap effect heeft op het dagelijks leven. Ik vind dat goed nieuws. Het betekent wel dat we anders moeten gaan werken. Multidisciplinair: met ecologen, klimatologen, agronomen, hydrologen. Daarbij moeten we voorkomen dat andere disciplines gaan “shoppen” in onze bodemkundige databases en vergeten dat gegevens altijd betrekking hebben op levende bodems en landschappen. Wij moeten in die teams dat verhaal vertellen; dat gebeurt te weinig.’

De tweede groep bondgenoten zijn stakeholders. ‘We moeten onze kennis opbouwen samen met boeren, waterschappen en andere bodemgebruikers. Joint learning, samen analyseren en oplossingen zoeken. Dat klinkt soft, maar het is noodzakelijk. We hebben met grote complexiteit te maken, daarbij is niet alleen inter-, maar ook transdiciplinariteit vereist. Om te profiteren van elkaars kennis, maar ook voor draagvlak, voor de toepassing van onderzoeksresultaten. Als we dit goed articuleren, kunnen we zelfs een beetje leidinggevend zijn in de wereld. Dat wij structureel de link maken naar ecosysteemdiensten en de maatschappij, dat is uniek. Frans Timmermans zegt dat de EU met de Green Deal toonaangevend kan zijn, ik ondersteun dat.’

Rauwe macht

Aan geld zal het niet liggen. Het EU kennisinvesteringsprogramma heeft een budget van 100 miljard Euro. ‘De groep Soil, Food and Health is een van de vijf missies die dat geld mogen verdelen. We zijn begonnen met 50 missies, dat wij zijn overgebleven betekent dat de politiek nu doordrongen is van het belang van de bodem. Een kantelpunt.’

Over de relatie tussen wetenschap en politiek is Johan Bouma zeer gedecideerd. Mopperen over onbegrip van politici, klagen over hun kortetermijndenken, het mag allemaal maar is zinloos. ‘De enige steekhoudende strategie is werken met scenario’s. Als onafhankelijke onderzoeker verzamel je data, reken je uit wat de gevolgen zullen zijn van bepaalde keuzes en leg je die voor aan politici die besluiten nemen. We hebben de neiging problemen te willen oplossen of zelfs ideologisch partij te kiezen, maar dan verlies je je geloofwaardigheid als wetenschapper. Wij moeten politici helpen mensen te overtuigen met harde gegevens, met rationele argumenten.’

Is de wetenschap dan misschien toch tekortgeschoten in Brabant, waar partijen de stikstofcrisis gebruikten voor politiek gewin, met een rechtspopulistische partij als winnaar en ons ecosysteem als verliezer?

Bouma is even stil. ‘Daar zie je de effecten van rauwe macht, het heeft met rationele argumenten niets meer te maken. Dat is heel zorgelijk. In de stikstofcrisis heeft wetenschappelijk onderzoek steken laten vallen ja, ik heb weinig voorbeelden gezien van helder onderzoek. Dat kan beter. Harde gegevens zijn moeilijker te manipuleren dan een verhaal dat warrig en gefragmenteerd is omdat iedereen met zijn onderdeeltje bezig is.’

Soil Challenge

Diezelfde noodzaak van helderheid geldt voor communicatie met burgers. ‘Maar daar speelt nog meer dat data alleen onvoldoende zijn. We hebben een handicap: de bodem is onzichtbaar. Om haar bij burgers onder de aandacht te krijgen, moeten we aan beeldvorming doen, verhalen vertellen, filmpjes maken. Geen gladde reclame maar echte verhalen, van jonge goed opgeleide boeren die laten zien dat het anders kan. We zijn nu in Wageningen bezig met een Soil Challenge, met als motto Make All Soils Healthy Again. Eigenlijk gaat het om de vraag: hoe? Zo’n 15 groepen van 3 à 4 studenten werken eraan, met veel vrijheid. Fire away! We hebben al diverse filmpjes gemaakt maar de coronacrisis rijdt ons geweldig in de wielen. We verwachten in juni rapportages en willen de resultaten presenteren in Brussel.’

O ja, laatste vraag: zijn geboortejaar? ‘1940. Ik ga veel te lang door, haha!’

Interview Liesbeth Sluiter

[1]    Keesstra, S. D., Bouma, J., Wallinga, J., Tittonell, P., Smith, P., Cerdà, A., Montanarella, L., Quinton, J. N., Pachepsky, Y., van der Putten, W. H., Bardgett, R. D., Moolenaar, S., Mol, G., Jansen, B., and Fresco, L. O.: The significance of soils and soil science towards realization of the United Nations Sustainable Development Goals, SOIL, 2, 111–128, https://doi.org/10.5194/soil-2-111-2016, 2016.

[2]    International Panel on Climate Change.