Goede grond voor landbouw en natuur


“We kunnen zoveel meer als we uit zouden gaan van de natuurlijke krachten en functies van het bodemen watersysteem”. 24 ingewijden over ‘goede grond voor landbouw en natuur’ kwamen bijeen op 31 maart 2015.

landbouwgrond 900-

Verwachtingen vooraf
Facilitator Pieter van Ree sprak vooraf de verwachting uit dat het woord ‘rentmeesterschap’ in deze bijeenkomst weleens prominent aanwezig zou zijn. En hij kreeg gelijk: het woord zelf viel de rest van de middag weliswaar niet meer, de gedachte daarachter was alom aanwezig. Als we nu eens meer langdurig rekening houden met biodiversiteit, met organische stof in de bodem, met de aanwezige nutriënten, de verstoring van de bodem door alsmaar zwaardere machines, de sleutelrol voor het grondwater, dan ……….

Het gebied is aan zet
De deelnemers vonden dat het gebied aan zet is. Daar moet het verschil worden gemaakt. Daar kunnen we landgebruik en de eigenschappen van het natuurlijk systeem het beste met elkaar verbinden. Wat helpt is het opheffen van enkele, goed bedoelde, sectorale regels. En aandacht voor economisch drijfveren voor goed en duurzaam landgebruik en inzicht in de werkelijke kosten van producten. En, wellicht, meer educatie en voorlichting aan de keukentafel. Hoe dat voor elkaar te krijgen, is uitgewerkt in een actie- en dialoogprogramma.

IBB
De bijeenkomst werd op verzoek van de makers van de Rijksstructuurvisie Ondergrond georganiseerd door het Initiatief Bewust Bodemgebruik bij Antropia te Driebergen. Hieronder het verslag.

Wat zijn de ambities?
Bij de start van de bijeenkomst stelde Pieter van Ree de deelnemers een vraag: “Als jullie het voor het zeggen hadden, wat zou dan je ambitie zijn?” Uit de antwoorden bleek een palet aan ambities, deze zijn genoteerd.

Bij de ambitie ‘goede grond voor landbouw & natuur’ dachten enkele deelnemers vooral aan ambities met betrekking tot het natuurlijke bodem- en watersysteem zelf. In de kern vertellen de ambities in deze hoek een vergelijkbaar verhaal: we kunnen zoveel meer als we uit zouden gaan van de natuurlijke krachten en functies van het bodemen watersysteem.

Een signaal dat overeenkomt met de deelnemers die redeneerden vanuit de samenleving. In deze ambities werd vooral gezocht naar samenhang: tussen economie en ecologie, tussen producent en gebruiker, tussen landgebruik en gebruikt land.

Een derde groep deelnemers benoemde de ambitie vooral vanuit de agrarische onderneming, voor wie de bodem de belangrijkste productiefactor is. Deze ambities kwamen vooral voort uit zorgen. Op de eerste plaats over de continuïteit van de onderneming zelf. Want in de huidige economische omstandigheden is het voor opvolgers lastig om aan land te komen of om het bedrijf van de ouders over te nemen. Voor nieuwe ondernemers zijn er nog meer drempels. En dat terwijl vrijwel alle deelnemers bevestigen dat een langdurige verbinding aan een stuk grond een belangrijke voorwaarde is voor een duurzame zorg voor dat land. De onderneming heeft ook zorg over de omgeving: kan ik met mijn buren afspraken maken over ons gezamenlijke natuurlijke systeem. En: wat zijn de gevolgen voor mij, als de buren kiezen voor verhuur aan ‘pop up’ landbouw?

Aanleiding tot deze bijeenkomst
Douwe Jonkers (Projectleider STRONG-programma bij het ministerie van I&M) en Marco Vergeer (Initiatief Bewust Bodemgebruik) schetsten de aanleiding voor deze bijeenkomst. In het kader van de Rijksstructuurvisie Ondergrond zijn van de maatschappelijke opgaven onderzocht welke wens ze ten aanzien van de bodem hebben. Uit deze analyse bleek bij velen het besef aanwezig te zijn dat de bodem (toplaag, grondwater, diepe ondergrond) heeft een belangrijke rol heeft, hoewel niet iedereen zich daar bewust van is. Dat vraagt een andere benadering en die zal gevolgen hebben voor het bodembeleid en voor nationale en regionale ruimtelijke plannen.

Vier opgaven ‘Gezonde bodem voor landbouw en natuur’
Uit de Probleemstelling STRONG: beleidsopgaven voor de ondergrond (rapport juni 2014)

  1. Betere benutting van bodemecosysteemdiensten en bodembiodiversiteit in de landbouw:sponswerking, vasthouden/verwerken (meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen).
  2. Verdere verduurzaming van de land- en tuinbouw, gericht op vermindering van het gebruik van grondwater voor beregening en gietwater: zelfvoorzienendheid, peilbeheer/drainage, gewaskeuze.
  3. Verkennen in welke gebieden er kansen zijn om het ruimtegebruik beter af te stemmen op het functioneren van het watersysteem: landbouw in relatie tot natuur, recreatie & landschap, klimaat, waterbeheer.
  4. Verkennen of sturen op behoud goede landbouwgronden voor de landbouw nodig is.

Inzet Rijksstructuurvisie Ondergrond
Met de Rijksstructuurvisie Ondergrond is een nationaal ruimtelijk instrument voor handen gekomen die de ruimtelijke sturing op bodem & landgebruik verbeterd. Het Rijk zal deze inzetten voor nationale belangen en die gaan waarschijnlijk vooral over strategische nationale grondwatervoorraden en de bodemschatten in de diepe ondergrond. Voor de overige onderwerpen komt er een beleidsnotitie ‘Breed Programma Bodem en Ondergrond’. In de beleidsnotitie komt een afwegings-methodiek voor de ruimtelijke weging van verschillende ondergrondfuncties in een gebied en worden beleidsopgaven geformuleerd. De beleidsopgaven zijn gebaseerd op de opgaven uit de Probleemstelling STRONG (zie kader), maar kunnen vandaag worden aangepast en aangevuld.

Kern thema’s
In de voorbereiding van deze bijeenkomst zijn drie kernthema’s benoemd die bepalend zouden kunnen zijn voor de opgaven uit bovenstaand kader: bodemorganische stof, grondwater, keuze grond-teelt combinaties. Aan de zaal, en om te starten aan inleider Everhard van Essen, de vraag of dit de thema’s zijn, of de vier opgaven de juiste zijn en wat we zouden kunnen doen ter voorbereiding op de beleidsnotitie (bij voorkeur aan de hand van concrete acties).

De landbouwer denkt niet dagelijks aan duurzaam bodembeheer
Everhard van Essen (Aequator & docent Christelijke Agrarische Hogeschool) vervolgt de bijeenkomst met een praktisch verhaal. Zijn eerste boodschap: de landbouwer denkt niet dagelijks aan duurzaam bodembeheer. Je zult hem/haar bekend moeten maken met de relatie tussen zijn/haar agrarische onderneming en signalen (vanuit de overheid, RIVM, Alterra, de branche) over klimaatverandering, bodemverdichting, maaivelddaling, slemp, verstuiving, bodemdiversiteit, afname organisch materiaal.

Beweging in de sector
Everhard is niet somber want hij ziet beweging in de sector. Steeds meer mensen beseffen dat het idee van maakbaarheid achterhaald is en dat we moeten werken met de krachten en beperkingen van het natuurlijke bodem- en watersysteem. Er is een scala aan maatregelen en regels te bedenken, maar het besef is er ook dat het gaat om maatwerk. Op de Brabantse zandgronden is nu eenmaal een andere beheerzorg nodig dan in de veenweidegebieden van Fryslân. Het gaat om de natuurlijke werking van de bodem in een gebied.

Missende thema’s
Met de drie genoemde thema’s, met wat nuanceringen, kan Everhard wel leven. Hij mist er echter twee. De eerste is de verstoring van de bodemstructuur als gevolg van bodemverdichting. De alsmaar zwaardere landbouwmachnies laten hun indruk in de bodem achter. De indruk zelf zit onder het maaiveld en is dus onzichtbaar, de gevolgen zijn wel waarneembaar: de wortels van de gewassen hebben er last an en er zijn meer plassen op het land na een regenbui. De tweede is de bodembiodiversiteit in en op de grond. Een onderwerp dat vaak is voorbehouden aan natuurgebieden, maar speelt in het hele landelijke gebied.

Vijf onderwerpen
Na de inleidingen gaan de deelnemers aan de slag met de vijf onderwerpen: organische stof, grondwater, keuze grond-teelt combinatie, verdichting en biodiversiteit/natuur.

Slotgesprek
Na de presentatie van de vijf onderwerpen werden de volgende constateringen gedaan:
1. Er lijkt sprake te zijn van een momentum. Veel partijen beseffen dat landbouw en natuur meer bodembewust ingevuld zouden kunnen worden. Het is nu zaak om de koplopers te voorzien van een peloton, die de transitie verder vorm geeft.

2. Het effect van de economische ordening zorgt voor bodemonvriendelijke prikkels en in de landbouw tot ecologische & economische schade aan de primaire productiefactor: de bodem. In de groep is op meerdere plekken gesuggereerd om dit stevig te agenderen, maar ook inzichtelijk te maken bijvoorbeeld door ‘true pricing’. Dat zou een opstap kunnen zijn naar een andere manier van werken.

3. Een tweede obstakel is de wetgeving. Deze is, met alle goede bedoelingen, nagenoeg volledig sectoraal ingericht. Vele (boeren)slimme en bodemvriendelijke oplossingen worden daardoor gefrustreerd. De overheid wordt opgeroepen tot een wetgeving die meer uitgaat van het natuurlijke functioneren van het bodem- en watersysteem.

4. Een vergelijkbaar signaal gaat richting de ruimtelijke ordening. Ruimtelijk ordening is eigenlijk sturing op landgebruik en zou veel beter kunnen anticiperen op de bodemeigenschappen van een gebied.

5. Deze middag heeft het probleem van verdichting geadresseerd en de noodzaak tot een actie tegen de verdere verzwaring van landbouwmachines, zeker op de kwetsbare gronden. Ook biodiversiteit (maar dan breder dan voor natuurterreinen) is benoemd. Uit het slotgesprek blijkt dat de gekozen thema’s, aangevuld met de twee thema’s uit constatering vijf gedragen zijn. Datzelfde geldt voor de opgaven uit de probleemstelling van STRONG, alleen zijn hierop in de sessie vele toevoegingen gedaan. Maar ook dat er verbanden zijn in de gesprekken die zijn gevoerd. In de bijeenkomst zijn verschillende concrete acties genoemd, die zijn opgenomen in het actie- en dialoogplan van bijlage 6.

De volgende thema’s zijn in de bijlagen (txt, 41 kB) beschreven:

  1. Verdichting / Bodemstructuur
  2. Natuur / biodiversiteit
  3. Gezonde bodem
  4. Juiste teelt op de juiste plek/bodem
  5. Grondwater,
  6. sleutelrol in het landelijke gebied
  7. ACTIE- EN DIALOOGPLAN-Goede grond voor landbouw & natuur