Ambassadeursbijeenkomst “een robuuste bodem onder de SDGs

Op 8 juni jl. kwamen de bodemambassadeurs van het Initiatief Bewust Bodemgebruik bij elkaar. Zij gingen in gesprek met Lilian van den Aarsen, directeur Kennis, Innovatie en Strategie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Hugo von Meijenfeldt, nationaal coördinator duurzame ontwikkelingsdoelen.

Deze bijeenkomst was een vervolg op 6 november 2017. Een dialoog die de zij samen met het Initiatief waren gestart over de rol die het bodem- en watersysteem speelt bij het realiseren van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs) en de transitieagenda’s die op dit moment in ontwikkeling zijn.

Op 6 november constateerden zij dat er serieuze maatschappelijke transities nodig zijn op het gebied van energie en klimaat, voedselvoorziening en circulaire economie, mobiliteit en leefbare steden en dat deze transities urgent zijn: 2030 is morgen! Verder realiseerden zij zich dat voor veel van deze transities duurzaam gebruik en beheer van bodem, water en land een essentieel onderdeel is. Er bleek behoefte aan een discussie over duurzaam landgebruik in relatie tot de transitieopgaven. Geconcludeerd werd dat een zogenaamde “concerted action” waarbij de partijen elk hun verantwoordelijkheid nemen om dit verder te brengen, nodig is.

Sinds de bijeenkomst van 6 november 2017 neemt de dynamiek in de dialoog toe: het regeerakkoord zet in op een energie en klimaatakkoord, circulaire economie en verduurzaming van de landbouw. Allemaal transities die beslag leggen op land en het natuurlijk systeem. Er zijn internationale afspraken gemaakt over onder andere het realiseren van klimaatopgaven en duurzame ontwikkelingsdoelen. Daarnaast heroverweegt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat haar bodembeleid. Daarmee is een momentum ontstaan om nu het bodem- en watersysteem aan de voorkant van besluitvorming te organiseren.

Bodemambassadeur Jan Willem Erisman, directeur van het Louis Bolk Instituut, liet zien hoe bodem, landschap en watersysteem bepalend zijn voor functie-toedeling. Hij liet aan de hand van de historische ontwikkelingen in de landbouw zien hoe, door een eenzijdige benadering vanuit het economisch perspectief, publieke waarden van land en het natuurlijk systeem deels verdwijnen en deels onbenut blijven. Dit leidt tot schade voor zowel mens als milieu, terwijl koppeling door waardecreatie juist kan leiden tot brede welvaart.

Om te komen tot waardecreatie voor de samenleving schetst Jan Willem een route waarbij partijen vanuit een gezamenlijke en gedeelde urgentie, toewerken naar lange termijn doelen, gebaseerd op publieke waarden zoals klimaatrobuustheid. De route naar zulke doelen vraagt om heldere afspraken, handhaving en tussendoelen. De route zelf is vrij om maatwerk en innovatie te stimuleren. De SDGs zijn met hun tijdspad gericht op 2030, geschikt als tussendoelstelling. Veel van de doelen van het kabinetsbeleid, zoals het Deltaprogramma, het nationaal programma Circulaire Economie en de Klimaatdoelen kennen een veel verdere horizon, zij zijn gericht op 2050.

Margot de Cleen van het kernteam van het Initiatief Bewust Bodemgebruik, gaf in haar inleiding aan waarom een dialoog over 'een robuuste bodem onder de SDGs' nodig is en waarom nú een signaal nodig is vanuit het Initiatief. Daarbij ging zij niet alleen in op het momentum en de urgentie, maar ook op het belang van bewustwording. De opstellers van transitieagenda’s zijn zich niet bewust dat zij een gezamenlijk belang hebben in het bodem- en watersysteem. Nu wordt het sectorale gebruik van dat systeem centraal gesteld zoals:

  • het belang voor biomassaproductie
  • het belang voor landbouwproductie
  • het belang voor klimaatadaptatie

Als bij de toekenning van functies wordt gekeken naar de mogelijkheden en grenzen van het systeem komen functiecombinaties naar voren waarbij landbouwproductie en klimaatadaptatie bijvoorbeeld samen op kunnen gaan door de organische stofopbouw te stimuleren. Daarom is het van belang om naast de huidige sectorale agenda’s een cross-sectorale transitieagenda voor het bodem- en watersysteem op te stellen. Het Initiatief kan bijdragen met voorbeelden van nieuwe businessmodellen en andere handelingsperspectieven.

In de discussie die volgde kwam naar voren dat de sociale aspecten een grotere rol moeten spelen naast de economische aspecten. Er moet een gesprek worden gevoerd vanuit de doelen. Daarbij is aan de orde geweest:

  • Welke omvang mag de veehouderij hebben om aan de SDGs te voldoen?
  • Zonder de boer als beheerder van het landschap zijn de SDGs niet te realiseren.
  • De publieke waarden zijn de verbindende opgaven.
  • De markt waarop men zich beweegt is bepalend.
  • De dialoog van vandaag gaat vooral over landbouw, maar een vergelijkbaar gesprek doet opgeld voor de bebouwde omgeving en de impact van de energietransitie.

Doelen centraal

Systeemfouten zouden bij de transities opgepakt moeten worden. Een voorbeeld is het Rijksvastgoedbedrijf dat gericht is op maximale pachtopbrengst. Pachters die hun grond goed beheren worden gestraft met verhoging van pachtprijzen door de financiële waardevermeerdering van de grond. Er is een balans nodig tussen kwaliteit en kwantiteit.

Een ander voorbeeld van een systeemfout is het uitgaan van 'maakbaarheid' in plaats van meeveren met de draagkracht en potenties van het systeem. De problematiek rondom infrastructuur in veenweidegebieden is hiervan een voorbeeld. Om maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen en duurzame inzet van publieke waarden te stimuleren ontbreken positieve prikkels, terwijl er wel instrumenten beschikbaar zijn. De ambassadeurs geven als voorbeeld de mogelijkheden voor 'true pricing'. Hierbij zijn niet alleen de productiekosten, maar ook de maatschappelijke en sociale kosten en baten in de prijs verwerkt.

De ambassadeurs constateren dat er juist in een gebied meer ruimte nodig is om gezamenlijke doelen te kunnen vaststellen en maatwerk mogelijk te maken. Dit vraagt om andere instrumenten en flexibele wetgeving, bijvoorbeeld contracten of green deals. Daarbij is regie vanuit de overheid essentieel. Stakeholders, zoals drinkwaterbedrijven, hebben immers hun eigen corebusiness. Daarom is het voor hen lastig om een breder proces te trekken.

Na deze discussie is afgesproken dat het kernteam deze bevindingen uitwerkt in een brief gericht aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat om de dialoog verder vorm te geven.

Meer informatie over de activiteiten van het initiatief en de SDGs: